
Journalisten omschrijven zichzelf graag als de waakhonden van de democratie.
Ministers worden achtervolgd en opgejaagd, bestuurders publiekelijk uitgekleed of te kakken gezet, en sporters onderworpen aan verhoren. Tenminste, zolang het maar niet over collega-journalisten gaat. Want dan verandert die waakhond plotseling in een huichelachtige knuffelpup.
Achter de schermen zijn journalisten namelijk een fascinerende diersoort. Daar wordt geroddeld, gemopperd en afgekraakt dat het een lieve lust is. De concurrent is incompetent, stelt de verkeerde vragen, is lui, oppervlakkig of, nog erger: succesvol. Maar zet diezelfde journalisten naast elkaar aan een tafel en het is handjes schudden, schoudertje kloppen en breed naar elkaar glimlachen.
In die wereld lopen er veel, en ook ik, rond. Maar één soort springt er altijd uit: de Popie Jopie Journalist.
De man die niet zozeer verslag doet van het (sport)nieuws, maar vooral verslag doet van zijn eigen aanwezigheid. Hij beschouwt zichzelf niet alleen als journalist, maar ook als publiek fenomeen. Bij hem is het onderwerp zelden het belangrijkst. Alles draait om dezelfde vraag: hoe maak ik van mezelf de hoofdrolspeler?
Zijn (kaats)dag begint doorgaans met een grondige studie van de concurrentie. Niet uit bewondering natuurlijk, want dat zou zijn eer te na zijn. Vervolgens verschijnt er dan enkele uren, dagen of weken later een “eigen” verhaal, waarin opvallend veel ingrediënten terugkomen die eerder al door collega’s zijn opgediend.
En dan is er nog die eindeloze discussie over wie zich journalist mag noemen. Heb je wel de juiste opleiding, hoor je hier wel thuis? Werk je voor het juiste medium? Of word je met de nek aangekeken omdat je slechts stukjes schrijft?
Opmerkelijk genoeg stellen diezelfde zelfbenoemde poortwachters zelden vragen over het overnemen van ideeën, invalshoeken of kennis.
De ironie? De Popie Jopie Journalist presenteert zich als een onafhankelijke denker, terwijl hij vaak leeft en informeert van het werk van anderen.
En aan het einde van de dag treffen alle kemphanen elkaar weer. Er wordt gelachen, geknikt en geborreld. Dan verandert die waakhond plotseling weer in een huichelachtige knuffelpup.
